
Ieks, een mug. Ga weg, ik wil slapen!
Wat kun jij met zo’n klein lijf een herrie maken zeg! Ben je een mug of een vliegende trompet of misschien een ministraaljager met vleugels!
Zo kan ik echt niet slapen hoor! Waarom ga jij ook niet gewoon slapen?
O gelukkig, je kunt praten. Dan kunnen we samen eens babbelen.
Heb je honger? Hier in mijn kamer is niets wat je kunt eten hoor.
Nee hoor, jij krijgt helemaal geen bloed van mij. Ik ben geen sapbar voor muggen! Ga maar naar de bloedbank om de hoek!
Geen sprake van! Vorige week heeft een mug me helemaal lek gestoken. Ik heb dagenlang lopen krabben.
En is het dan wel de bedoeling om mensen ’s nachts te pesten met jullie vervelende geluid?
Hoezo? Leg eens uit?
Oepsiefloepsie, dat heb ik nooit geweten. Mensen zoemen niet in het donker. Wij doen gewoon het licht aan.
Oké. Als ik een lampje voor je aanmaak, houd je dan op met je herrie?
O nee, er wordt hier niet geprikt. Niet in mijn lijf! Ik heb je net toch al gezegd dat ik dan dagenlang jeuk heb!
Dat weet ik niet. Maar blijf even heel stil zitten, dan breng ik je buiten.
Nee, natuurlijk niet. Ik houd van dieren, maar ik moet nu écht slapen.
Ik vang je heel voorzichtig met een glas en dan laat ik je buiten vrij, oké?
Dat we samen kunnen praten is toch heel bijzonder, vind je niet?
Alleen mensen die echt van dieren houden, kunnen met dieren praten.
Kijk, nu zet ik dit glas heel voorzichtig over je heen tegen de muur.
Ik schuif een papiertje tussen het glas en de muur. Zie je, zo doe ik je geen pijn. Het raam open en hopla, naar buiten jij. Daar mag je zoveel zoemen als je wilt. Niet meer tot ziens hè!
Vragen voor jou