
Ach Wollie, wat heb je toch een prachtig lammetje.
Mag ik haar aaien, Wollie?
Kom maar, kleine spring-in-het-veld. Kom eens bij me.
Kijk, als ik op mijn hurken zit, ben ik net zo klein als jij.
--- Mèèè!
Wat is je vacht lekker zacht, het voelt als dons…
---Mèèè, ik ben pasgeboren, daarom heb ik zachte haren. Mama’s haren zijn veel dikker en steviger.
Waarom ben je zo vrolijk, lammetje?
---Hoei, het is hier toch zo fijn. De zon schijnt, het gras is groen en fris. Ik kan lekker liggen in
de schaduw van de bomen en de vlinders fladderen zo mooi. Mijn mama geeft heerlijke melk
en ze is de liefste mama van de héle wereld!
Ja, zo simpel is het. Jij hebt helemaal geen zorgen, behalve misschien: “Waar is het lekkerste gras met een kauwgomsmaakje?”
--- Wat zijn dat, zorgen?
O, weet je dat niet? Dan ga ik je dat ook niet vertellen, anders zou je je misschien zorgen gaan maken en dat wil ik niet.
--- Oké, ik ga nu weer spelen met mijn broertjes en zusjes.
Doe dat maar, lief wollig lammetje.
Het is maar goed dat ze nog geen zorgen kent.
Bij kinderen is dat ook zo, Wollie. Die kennen ook nog geen zorgen. Daarom zijn de meeste kinderen gelukkig. Maar ik heb al zóveel nare dingen gehoord en gezien… Misschien word ik daar wel ongelukkig van, denk je niet?
Misschien om zich tegen de kou te beschermen?
Hé, dat is slim. Wacht eens… Als het lente wordt zullen ze jou gaan scheren, dan halen ze je hele vacht eraf. Dus als ik van wol een mooie dikke trui brei, dan kunnen de zorgen van de wereld bij mij ook niet zo makkelijk binnenkomen!
Word ik dan een wandelende schaapknuffel? Of bedoel je het anders?
Nou en of!
Ja, dat is zo.
Ja, dat is waar. Bedoel je daar ook liefde mee, dat we lief moeten zijn voor elkaar en dat je dan minder last krijgt van de zogenaamde ‘boze’ wereld?
Ja, want als ik zacht en lief ben, kan niemand ruzie met mij krijgen.
Ach Wollie, dank je wel voor je fijne verhaal. Zullen we nu samen een wollig dansje doen?
Vragen voor jou