
Ha Giechelgeitje, ik word altijd zo vrolijk van jou!
Jouw bèhèhè-geluidje lijkt op giechel-lachen, alsof je de hele dag gekieteld wordt.
Wat maakt je zo blij, Giechel?
O ja? Ik zie het niet, hoor.
Hoe zie je dat? Het lijkt wel of je anders kijkt dan ik. Wil je me dat eens leren, Giechel?
O, wat prachtig dat je dat zo ziet, Giechel.
Ja, ik kijk goed.
Zappeldezoef, dat lijkt me heerlijk!
Giecheldegiechel, nu snap ik je.
Hihi!
Wat geweldig, nu hoef ik me nooit meer droevig te voelen!
Laten we samen giecheldansen in een geitendisco met discoballen.
Há, wat is het leven toch heerlijk!
1.Wat als Giechel een lachwedstrijd houdt, kun jij dan van Giecel winnen?
2. Wat maakt jou vrolijk?
3. Lach jij wel eens zomaar naar iemand?
4. Wat vind je ervan dat het wonderlijke licht ook in jou zit?
5. Wordt alles mooier als je denk da thet licht in alles en iedereen woont?