
Hé klein egeltje, wat zit je hier helemaal in je uppie te doen?
Wat is er aan de hand? Waarom huil je zo?
Wat is er met je mama?
Kom maar, dan gaan we samen kijken. Zal ik je dragen?
Waar zag je haar voor het laatst?
O, gáuw naar de vijver dan… Ha, ik zie het al. Ik steek mijn arm in het water en probeer je moeder te redden.
Nee, ze beweegt nog. Maar ik kan er nèt niet bij! O help, wat nu?
Ja, ik denk dat die lang genoeg is.
Kijk, ik duw haar met de stok naar de kant. Gelukt! Nu kan ik haar uit het water tillen, hupsakee!
Je moeder is helemaal slap, klein egeltje. Kom, mevrouw egel… ga eens gauw ademhalen!
Ik denk dat ze veel water heeft binnengekregen. Misschien komt het water eruit als ik zachtjes op haar buikje duw… Kijk, kijk eens, o wat fijn, ze doet haar oogjes open. Je moeder leeft nog!
Heel graag gedaan, mevrouw egel. Kom maar mee, dan zal ik een schoteltje water voor jullie halen om bij te komen van de schrik.
Kom, ik zal jullie wel dragen. Hé wat raar, ik dacht dat jullie stekeltjes prikken! Of zijn jullie stiekem egelknuffelkussens?
o Alleen als we bang zijn, zetten we onze stekels overeind. Maar nu zijn we niet bang en
knuffelen we graag met jou.
Ik zet jullie even hier bij de achterdeur neer. Ik kom zó terug met een bakje water. Alsjeblieft, lekker smullen. U moet me beloven dat u nóóit meer water uit de vijver van de buurman probeert de drinken.
o Zou je aan de buurman kunnen vragen of hij een dikke tak in het water kan leggen?
Dan kunnen egeltjes via die tak op de kant klimmen.
Dat vind ik heel slim, mevrouw egel. Ik zal het zeker aan de buren vragen! Heeft het water gesmaakt?
Vragen voor jou