
Poehee, wat heb je een boel water in je, Zee.
Waar komt al dat water toch vandaan?
O ja, en die rivieren stromen naar jou, de zee.
Ik heb het zo warm, Zee.
Yes, héérlijk zeg. Wat ben je wild vandaag.
Maar het is hier toch helemaal niet diep? Kijk maar, het water komt pas tot aan mijn billen.
Ik kan hier mákkelijk staan.
Ik geloof niet dat jij een onderwater-bodybuilder bent! Ik ben lekker véél sterker.
Ach, ik durf nog véél dieper, want ik kan héél goed zwemmen.
Ik heb diploma A en B, weet je.
Hoe kan dat nou, Zee? Ik geloof je niet hoor. Als je goed kunt zwemmen, kun je nooit verdrinken.
Héy, hoei, wat een gave golven. Bèlk, wat een hoop zout water in mijn mond.
Getverderrie, nu gaan de golven toch wel érg hard tekeer.
Ze gooien me telkens omver. Hé, hoe kan dat nou, ik kan hier niet meer stáán...
Ojojo, het lijkt wel of ik steeds verder van het strand afdrijf.
Oei, ik zie mama en papa niet meer en ook niet de gele paal met nummer acht erop, want dáár lagen we vlakbij. Waar is onze oranje parasol met blauwe strepen? Ik zal maar proberen om terug te zwemmen. Als ik weer op het strand ben, kan ik onze parasol wel vinden.
Hè verdraaid, het lijkt wel of ik niet vooruitkom. Ik doe hartstikke mijn best, maar ik ga eerder áchteruit dan vóóruit. Poeh, wat ben ik moe zeg. Om tegen de Zee in te zwemmen heb je wel diploma Z nodig.
Jjjjaa Zee, ik voel nu hoe sterk je stroming is. Ik word er bang van!
Ik wil terug en wel nú meteen!
Verdrink ik dan? Hoeoeoe, dat wil ik helemaal niet. Mamááá... papááá, hellup!
Wat moet ik nu doehoen, hoeoeoe!
Ja, maar dan drijf ik nog steeds de verkeerde kant op!
Echt waar? Kan ik je je op je woord vertrouwen, Zee?
Ik heb niet goed naar je waarschuwing geluisterd.
Jjjazeker, Zee. Brrr, het lijkt wel of je steeds kouder wordt.
Oké, ik ben een dobber… een dobber met superkrachten! Ik blijf drijven… ik word door jou gedragen…
Ik word door jou gedragen, jij brengt mij terug. Ik word door jou gedragen, jij brengt mij terug…
Jaja, ik hou het wel vol, als jij me draagt.
Hééé, ik drijf langzaam terug, jippie! O Zee, wat ben ik blij!
Ja, ik voel het zand onder mijn voeten. Hier kan ik lopen... o wat fijn, beste Zee.
Nee. Zie jij een oranje parasol met blauwe strepen?
O, dat zal vast papa zijn die me aan het zoeken is.
Dank je wel, lieve Zee. En sorry dat ik zo dom was.
Zal ik zéker doen. Dag hoor!
Vragen voor jou