
Sofie praat met de leraar van haar klas.
Waarom zijn er zoveel arme mensen, meneer?
Hè? Hoe bedoelt u?
Dat is handig, meneer. Met je gedachten tover je dus wat je nodig hebt?
Ik zal er eens op letten.
Uh, ik moet me dan haasten en dan voelt mijn hoofd warrig en daardoor heb ik nóg minder tijd.
Dan ga ik vanzelf wat rustiger aan doen en dan lukt alles beter.
En wat kunnen mensen doen als ze te weinig geld hebben?
Dus toverdenken en toverfantaseren?
O ja, ik wilde pas geleden een boek over een danseres voor mijn spreekbeurt. Ik had het aan niemand verteld. Toen was ik op zolder aan het spelen en raad eens wat ik daar in een oude doos vond? Een boek dat ooit van mama was geweest en het ging over een danseres.
Nou, dan zou ik met mijn gedachten toveren dat alles wat er op aarde is, nooit op kan raken en dat er altijd voor iedereen genoeg is en eerlijk verdeeld is.