Skip to main content

Toverdenken


Je gedachten zijn krachten


Sofie praat met de leraar van haar klas.

Waarom zijn er zoveel arme mensen, meneer? 

  • Misschien weten ze nog niet hoe ze kunnen toverdenken.

Hè? Hoe bedoelt u?

  • Als je steeds denkt dat je iets niét hebt, dan tover je per ongeluk met je gedachten dat je niets hebt. Als je denkt dat je wél iets heb, dan krijg je het ook.

Dat is handig, meneer. Met je gedachten tover je dus wat je nodig hebt?

  • Ja, precies. Kies dus goede woorden om te denken.

Ik zal er eens op letten.

  • Wat gebeurt er in je lijf als je denkt dat je tijd te kort komt?

Uh, ik moet me dan haasten en dan voelt mijn hoofd warrig en daardoor heb ik nóg minder tijd.

  • En als je gaat denken dat je tijd genoeg hebt?

Dan ga ik vanzelf wat rustiger aan doen en dan lukt alles beter.

  • Precies, en dan ben je eerder klaar.

En wat kunnen mensen doen als ze te weinig geld hebben?

  • Dan kunnen ze met woorden in hun hoofd bedenken dat ze het al hebben en met hun fantasie kunnen ze het al  voor zich zien. Dan wordt het over een tijdje ineens werkelijkheid.

Dus toverdenken en toverfantaseren?

  • Ja. Heb je dit zelf ook al eens meegemaakt?

O ja, ik wilde pas geleden een boek over een danseres voor mijn spreekbeurt. Ik had het aan niemand verteld. Toen was ik op zolder aan het spelen en raad eens wat ik daar in een oude doos vond?  Een boek dat ooit van mama was geweest en het ging over een danseres.

  • Dát is nu precies wat ik bedoel, Sofie. Met je gedachten heb je het boek naar je toe getrokken. Dat is toch magisch!
  • Wat zou je nog meer kunnen toverdenken, Sofie?

Nou, dan zou ik met mijn gedachten toveren dat alles wat er op aarde is, nooit op kan raken en dat er altijd voor iedereen genoeg is en eerlijk verdeeld is.

  • Dat is een prachtige tovergedachte, Sofie.