Skip to main content

Positief denken


Kijk eens naar je gedachten


Er was eens een kabouter. Hij werd Piekerprof genoemd omdat hij altijd aan het denken was.  Zijn gedachten stonden geen minuutje stil. Over de gekste dingen dacht hij na en hield daarbij altijd zijn wijsvinger tegen de zijkant van zijn hoofd.  Op een dag kreeg hij zijn vinger niet meer los omdat deze zat vastgegroeid aan zijn hoofd. Dat was echt super onhandig, want hoe moest hij zich nu aankleden of zijn schoenen strikken? 


Hij vroeg de kleermakerkabouter om hulp. Deze knipte de zijkant van één mouw open en naaide er een paar drukkers aan. Met elastieken in de schoenen, hoefde hij zijn veters niet meer te strikken. Voor elk probleem bedacht hij wel een oplossing.  Ja, want dénken was zijn grootste kracht. 


Elke dag kwamen er kabouters bij hem op bezoek die een probleem hadden want ze wisten dat Piekerprof overal een antwoord op wist. Wat ze niet wisten is dat het hoofd van Piekerprof overliep van alle problemen van anderen én van zijn eigen gedachten. Hij werd er somber en verdrietig van. 

Op een dag werd het Piekerprof allemaal te veel en zijn hoofd barstte zowat uit elkaar. Alles in hem schreeuwde: STOP!!!


Hij besefte ineens dat hij beter de gedachten kon sorteren in drie vakjes:

1. positief, 2. negatief en 3. neutraal.  Als hij dacht; "Dat vind ik stom, niet leuk, niet mooi, of dat gaat mij nooit lukken", stopte hij die gedachte in het negatieve vakje, omdat die gedachte hem niets goeds opleverde. 


De gedachten waar hij blij van werd, stopte hij in het positieve vakje.  Zoals: 'Het is een mooie dag en alles wat ik ga doen wordt succesvol' . Gedachten die niet positief of negatief waren, zoals: ‘Ik ga zo boodschappen doen’, kwamen in het neutrale vakje. En zo ontdekte hij dat er orde kwam in zijn hoofd. 

Piekerprof maakte er voor zichzelf een wedstrijdje van om elke dag zoveel mogelijk positieve gedachten te bedenken.

Toen zijn vakje met positieve gedachten steeds voller kwam te zitten, werd hij met de dag blijer en gelukkiger. Je vraagt je misschien of zijn vinger nog steeds vast zit aan zijn hoofd.  Nee hoor, toen het wat rustiger in zijn hoofd werd, liet zijn vinger vanzelf weer los.



Knoptekst