
Hee Julia, mag ik meedoen met jullie spel?
Maar dit spel kun je toch ook met vijven doen?
Nou, mooi stom hoor. Ik wil niet eens meer meedoen, kattenkop.
En jij bent een muizenkop met snorharen!
Wat heb ik je misdaan Julia?
Dat deed ik niet expres hoor, ik werd tegen jou geduwd door een ander kind.
Hoe kun je nu zoiets denken? Ik vind je juist leuk.
Wattiewat Julia, zo ken ik je helemaal niet!
Julia heeft een stel deurtjes tegelijk opengeduwd.
Ik voel me buitengesloten, ik voel me alleen en ik voel me onzeker.
Ook voel ik dat ik moet gaan bewijzen dat ik haar aardig vind en dat ik zelf aardig ben.
Nee, dat voelt helemaal niet fijn.
Ik wist niet eens dat er zoveel geheime deurtjes kunnen opengaan, door één zinnetje:
“Ik wil niet dat je meedoet.”
Het zou een stuk leuker zijn als er deurtjes opengaan naar een parallel universum met dansende eenhoorns. Maar de deurtjes naar mijn gevoelens zijn minder lollig.
Hoe kan ik me buitengesloten voelen, terwijl er nog zoveel kinderen méér zijn met wie ik kan spelen? En waarom voel ik me alleen in een school met honderden kinderen?
Ik voel me onzeker omdat ik ga twijfelen aan mezelf omdat Julia zei dat ik haar duwde, maar het ging toch écht per ongeluk, of toch misschien niet? Ik weet het niet meer.
Ik kan me haast niet voorstellen dat ik haar expres duwde. Zo ben ik toch niet.
Laat ik toch maar aardig voor haar zijn.
Ik wil geen ruzie. Ik heb weer flink wat geleerd over mezelf. En dat binnen vijf minuten.
Vragen voor jou