
o Zeg Evi, luister eens. Ik heb niet zo’n goed nieuws.
Wat is er dan, mama?
o Opa ligt in het ziekenhuis.
Hopelijk krijgt hij een kamer met uitzicht op een snoepwinkel!
o Nou grapjasje, hij heeft meestal zijn ogen dicht.
Wat heeft hij dan?
o Hij heeft een akelige ziekte in zijn longen.
Ik hoorde hem wel vaak hoesten, de laatste tijd.
o Ja, en ook piepen. Hij heeft erge astma.
Komt dat omdat hij vroeger zoveel rookte?
o Misschien wel, zei de dokter.
Gaat hij dood, mam?
o Waarom denk je dat?
Dat denk ik niet, maar ik voel het wel.
o Wat voel je dan?
Ik voel dat hij hier op aarde klaar is.
o Huh?
Als je klaar bent met leven, gaat je geest verder. Je kunt je geest ook Glimlachlichtje of glimlachsterretje noemen. Dat vliegt dan terug naar het Grote Licht, stralend ‘forever’!
o Wat mooi, Evi.
Toch ben ik wel erg bezorgd om opa hoor. Eigenlijk wil ik helemaal niet dat hij doodgaat.
o Dat wil ik ook niet. Hij is en blijft wel mijn vader, ook al is hij oud.
Natuurlijk ben ik ook ongerust, maar omdat ik weet dat zijn binnenste blijft leven, vind ik het een stuk minder erg.
o Ach lieverd, wat fijn dat je mij met woorden kunt troosten.
Ga je vanavond mee op bezoek in het ziekenhuis?
Ja, vanavond kan ik wel. Ik heb Tess beloofd om zo meteen met haar te gaan zwemmen. Misschien zwem ik zo goed dat ik een dolfijn tegenkom die me een high five geeft met zijn zwaaiflappertje!
o Wat bruist je fantasie toch heerlijk. Zullen we samen je zwemspullen inpakken?
Vragen voor jou